Een dagje strand
Na ons vaste ochtendritueel stapten we in een busje, niet wetende dat het nog twee uur zou duren voordat we op de plaats van bestemming zouden zijn. Ik ben blij dat Amadou ons vergezelde, ik had het niet alleen gekund.
Het eerste ritje bleek ons niet naar de eindbestemming te brengen. We namen een afrit en belandden plotseling op een overvolle markt, waar hordes negers tegen de taxibus begonnen te slaan. We hadden geen tijd om te schrikken, omdat we op hetzelfde moment al uit de bus gebonsjourd werden. Het leek op een soort vrije val in een kudde bavianen; vrij plotseling, vrij onaangenaam en betast worden als geitjes in de dierentuin. We wisten de invasie van pottenkijkers gelukkig te ontvluchten. Amadou loosde ons door verschillende straatjes, gangetjes en weggetjes en voor we het wisten stonden we op een terrein met circa honderd oude Mercedes-busjes, die van top tot teen waren bespoten en beplakt met teksten, kleuren en tekeningen.
Amadou onderhandelde iets met een soortgenoot en niet veel later werden we op creatieve wijze in zo'n bus gestouwd. Het zag er letterlijk en figuurlijk zwart van de negers. Na een kwartier zat iedere passagier in de boemelbus en werd het tijd om de deuren te sluiten. De zijdeuren waren al vastgeroest, dus dat probleem was opgelost. De linkervoordeur kon met voldoende kracht in het slot worden gegooid en de rechterdeur was voorzien van een handig schuifslot, zodat hij niet uit zijn scharnieren zal vallen. De bus werd gestart en met ronkende motor en zingende claxon reden we de markt af.
Ondertussen was al het zuurstof al in beslag genomen door mijn buurman, wat ik persoonlijk vrij egocentrisch van hem vond. Maar de aanwezige gaten konden de bus van nieuw zuurstof voorzien. Welgeteld zaten er 34 mensen in dat busje, ikzelf vind dat een behoorlijke prestatie. Ondanks de geringe ruimte vond de buurvrouw van Janel het nodig om haar dorstige baby aan haar borst te hangen.. Maar we delen graag, dus ook onze ruimte.
De buitenspiegel bungelde eenzaam aan een draadje, maar ook dat was geen probleem voor de chauffeur; indien nodig kon hij zijn hoofd uit de bus steken, gezien zijn deur slechts bestond uit een stuk metaal zonder ramen. Met reggae op volle volume betraden we rode zandwegen met gaten en lange rechte wegen langs krottenwijken, echt geweldig. Zo af en toe sloeg er iemand met volle kracht op het aluminium van de bus; het teken om te stoppen. Het zogenaamde stopknopje, zoals wij hem kennen.
Het busje pruttelde nog even verder en uiteindelijk kwamen we op de plaats van bestemming. Amadou leidde ons door een stukje natuur en niet veel later viel mijn mond open van verbazing. Uit het niets was daar opeens een wit strand met palmbomen, hangmatten en rieten hutjes. Genieten! Nee, niet het genieten zoals we dat in Nederland kennen. Echt genieten, de tijd nemen om te genieten en stilstaan bij het genieten. Don't worry, be happy.
Ik vind het niet noodzakelijk om in detail te treden over onze zwemles aan Amadou en Adama, over het heerlijke verse fruit dat we op het strand gegeten hebben en over het heuse moddergevecht. Ik ben vergeten waarom ik het niet noodzakelijk vond, maar ik zal er ongetwijfeld een uitstekende reden voor hebben.
De introductieweek
Deze eerste week zit vol met uitstapjes naar stageplekken en toeristische plekjes. We worden door verscheidene Afrikanen het hele land doorgereden in een aftandse Jeep, het is fantastisch!
's Ochtends wandelen we eerst het zandpad af, waar we veel lieve kindertjes tegenkomen en typisch Gambiaanse vrouwen spotten. Eenmaal bij de doorgaande weg aangekomen, wachten we op een busje die ons een lift aanbiedt, terwijl we ondertussen terugzwaaien naar enthousiaste kinderen. Er rijden tal van deze busjes, dus lang hoeven we niet te wachten. Er komt dan een busje aanscheuren die al toeterend in de berm tot stilstand komt. We worden het busje ingeduwd en nog voordat je zit is het busje alweer op volle snelheid. Als je nu een overvol boemelbusje voor je ziet met loshangende deuren en een volgeladen dak, dan zit je goed. Net na de veemarkt roepen we iets dat op stop lijkt en niet veel later komt de busje tot stilstand. We worden met dezelfde rotgang het busje weer uitgezet, drukken het hulpje van de chauffeur 20 Dalasi in zijn hand en vervolgen onze weg naar de universiteit. Dit is een enorm complex, staande op rood zand en bestaande uit vele huisjes en lokalen. Kriskras door de mensenmenigte en vele pleintjes en gangen komen we dan aan bij een grote hal. Dit is onze verzamelplek, waar we tevens gezamenlijk ontbijten. Terwijl wij rustig op ons bestelde ontbijtje wachten,komen Ammadou, Abbaboucar en Addamma rustig een uurtje later aankakken. We werken een stokbrood met ei, sla, tomaat en ketchup aar binnen en beginnen circa twee uur later aan onze planning. Gambia Maybe Time, zogenaamd. We slenteren rustig naar de Jeep, terwijl de zon al lekker op ons huidje brandt. Met voldoende creativiteit passen we exact in de Jeep en vol goede moed vervolgen we onze rit. We bezoeken overvolle markten, mooie stukjes natuur, toeristen trekpleisters en stageplekken. We worden overal even hartelijk ontvangen, als je even niet oplet behoor je plotseling tot de familie en beschik je over de beste zitplek des huizes.
Na het ochtendprogramma, dat in Nederland eerder een middagprogramma genoemd zou worden, belandden we meestal in het huis van onze medestudenten. Daar begint Addamma het middageten te bereiden, met behulp van een paar vriendinnen. Deze taak hebben ze dan een aantal uur later volbracht, maar dan heb je ook wat! Koken als de beste, die kroeskoppen. Terwijl er nog een aantal Gambianen aanschuiven, krijgen wij allemaal een lepel in onze rechterhand gedrukt. We eten met z'n allen uit een schaal en terwijl de rest zich met volle overgave op de kip stort, concentreer ik mij op de rijst en cassave. Daarna stappen we weer bij Abbaboucar in de Jeep en brengt hij ons netjes naar huis.
Ik ben me ervan bewust dat dit verhaal totaal niet chronologisch is opgebouwd, maar toch hoop ik jullie hiermee enigszins een indruk te hebben gegeven over mijn Afrikaanse leventje. Het licht valt uit, dus dit is absoluut het juiste moment om te gaan.
Mangi dem,
Isatou Jallow
Mijn handwas
Vandaag liep ik vol goede moed met mijn waszakje naar de waterput om mijn kleren te wassen. De huisvrouw was ‘toevallig' ook net aan het schrobben, samen met haar kinderen. Ik ging er heldhaftig naast staan en begon zelfverzekerd mijn emmertje water omhoog te halen. Al na een paar seconden nam de vrouw des huizes het van mij over, waarschijnlijk omdat ik deze taak met te weinig souplesse wist te voltooien. Maar ik liet me niet uit het veld slaan, ik schonk het water zelf in mijn teiltje en begon als een echte African mijn was te schrobben. Flots flots flots, voor Nederlandse begrippen deed ik het echt goed! Maar daar was mijn big mama het niet mee eens, ‘Ooh come, I'll help you!'. Ze ging als een sneltrein en toen ik net klaar was met het tweede shirtje had deze mevrouw de rest al keurig op het lijntje hangen. Nu hangen mijn kleren naast de Afrikaanse kleren te wapperen aan de waslijn naast de mangoboom, terwijl de zon in een rap tempo achter de palmbomen verdwijnt.
Liefs,
Isatou Jallow
First impression
Op dit moment lig ik op een kromgetrokken matras die aan alle kanten uit het bed steekt. Maar in principe is dat geen probleem, gezien ik toch niet kan bewegen door het onhandige formaat van mijn muskietennet.. Maar aan het gevloek en getier uit de kamer naast mij te horen kan ik mezelf nog aardig gelukkig prijzen, ik hoef mijn broek namelijk niet te repareren met naald en draad.
Ik woon in het compound van Abdullah La Bamba in Busumbala; twee lieve ouders met vier zoontjes. We zijn hier meer dan welkom, er wordt voor ons gekookt en we kunnen met alles bij hen terecht. Volgens Afrikaanse begrippen ligt dit compound niet ver van de universiteit en de grote steden, maar daar zijn de meningen over verdeeld. Het compound is gelegen aan een prachtige zandweg met exact 136 kuilen en 21 bulten, op circa 15 minuten loopafstand van de geasfalteerde weg. Wij hebben een apart deel van het huis tot onze beschikking met twee kamers en een badkamer. En nee, niet zomaar een badkamer. Een badkamer met een ijzeren deur, twee gaten in de grond en een teil met water. Het ene gat is een wc, het andere gat leidt het water met veel souplesse de grond in en de teil met water voorziet ons voor een aantal dagen van douchewater. Kijk, dat zijn eigenlijk geen goede berichten, maar ik ben er tot mijn grote verbazing heel blij mee. Het maakt het plaatje compleet!
Als ik 's ochtends met verbazingwekkend veel lenigheid uit mijn slaapplek kruip en door het zand naar de afgelegen badkamer wandel, kan ik eigenlijk alleen maar glimlachen! Ik glimlach wel vaker. Als ik de veranda afstap en mijn vier kleine broertjes gedag zeg, als ik het zandpad afloop en twintig vrouwen spot met gekleurde kleren en een ton op hun hoofd, als ik in een boemelbus zit en mijn hoofd plakt tegen de arm van mijn buurvrouw... En dan glimlach ik niet omdat het zo fijn is om die vieze zweetarm tegen me aan te voelen. Nee, dan glimlach ik omdat de taxichauffeur zegt dat er nog wel wat lifters bijpassen, terwijl ik al met twee benen in mijn nek zit.
Er zijn ontelbaar veel indrukken en gebeurtenissen die ik allemaal met jullie zou willen delen, maar daar begin ik niet aan met deze temperaturen. Wel kan ik jullie in een notendop vertellen dat het hier stinkt. Als ik stank zou kunnen fotograferen zou ik jullie kunnen vergiftigen. Eigenlijk heeft die lucht ook wel weer wat; kruidig, zoet en muf. Maar mijn neus zit vol met stof, dus ik ruik het al niet meer.
Sinds deze week snap ik waarom Afrikanen zich zelden vervelen, zo kunnen zij al drie uur tijd spenderen met het voorbereiden van een lunch. Vandaag kreeg ik mijn lunch om half zes 's avonds; een vissenhoofd met rijst en een pruttelend goedje. De vis hebben ik in vrede laten rusten op het bedje van rijst, maar de rest smaakte tot mijn grote verbazing subliem! Nu moet ik erbij vertellen dat alles mij op dat moment wel zou smaken, na een dag rond gesjokt te hebben over overvolle markten en straten.
Onze Nederlandse namen liggen nog niet erg in de smaak bij onze negervrienden, dus we hebben allemaal een nieuwe naam gekregen. Ten eerste omdat we ‘bij de familie horen', aldus Ammadou Jallow, ten tweede omdat we met een Gambiaanse naam meer geaccepteerd zullen worden. Vanaf vandaag ga ik door het leven als: Isatou Jallow! Geloof mij, vergeleken met de andere namen is deze naam behoorlijk representatief.
Op straat wijzen alle kinderen ons na, terwijl ze ‘TUBAB' roepen. Of eigenlijk: ‘Tubaaaaaab!'. Ik kan ze geen ongelijk geven, ik zie er ook werkelijkwaar niet uit in vergelijking met die mooie getinte mensen hier. Tubab betekend iets als westerling, blanke, rijke.. Maar zodra ik me voorstel als ‘Isatou Jallow' laten ze je graag met rust en zijn het slechts nog vriendjes.
Tot slot wil ik nog even melden dat we vannacht met een bonzend hart onder de klamboe lagen, omdat we het idee hadden dat er twintig negers ons huis leeg wilden jatten. Dat bleek niet zo te zijn, bleek achteraf. Wat zich wel heeft afgespeeld op onze veranda is tot op heden geheel onbekend. Denk gerust met ons mee! Gebonk en gekras op onze ijzeren deur, gevolgd door een geluid op het dak dat klonk alsof er een tientonner overheen rende met scherpe nagels. Nu ben ik 's nachts niet op mijn best, dus het zou ook geklonken kunnen hebben als iets anders.
Ik zou na twee dagen in dit land al een boek kunnen schrijven, maar ik kan verscheidene redenen verzinnen waarom ik dat niet zou doen.
Slaap lekker!
Liefs,
Contact
Communicatie met de buitenwereld blijkt hier toch best lastig te zijn! Zeg maar gerust onmogelijk. Daarom plaats ik vandaag even snel een paar verhalen die ik eerder deze week al geschreven heb. Ik heb het fantastisch naar mijn zin hier, mijn liefde voor The Gambia is een feit!
Ik ben niet meer te bereiken op mijn eigen nummer, mijn nieuwe nummer is 002207356268. Leef je uit, ik kan wel wat Nederlandse berichten gebruiken.
Het afscheidsfeestje
Ik heb gister de avond van mijn leven gehad, wat een feest, wat een feest!
Ik heb van mijn kruin tot aan mijn tenen genoten, gezelligheid ten top! Bedankt voor alle lieve kaartjes, cadeautjes, presentjes, berichtjes en financiele ondersteuningen, echt heel lief. Er zijn noemenswaardig veel glazen en flessen gesneuveld en er zijn voldoende mensen gewond geraakt; het bewijs dat het een geslaagd feestje was! Ik ga nog even nagenieten van alle kusjes en knuffels die ik heb gekregen enzodra mijn hart is overstroomd van liefde vertrek ik naar The Gambia.
Indien je besluit mijn interessante, enerverende en vooral exceptionele verhalen te volgen, is het enigzins belangrijk om op de hoogte te zijn van mijn natuurlijke voorkeur voor lichte overdrijving en sarcasme.
Liefs